Home!




Campersite

Campertrips



dicht-bij-huis-trip

Tijdvak : Paasvakantie 2002

Na een winterslaap van 7 maanden mocht de camper weer van stal worden gehaald en opgetuigd, om ons een nieuw seizoen reisplezier te bezorgen. In het boek "20 dicht-bij-huis-trips" word ik verleid door een aantrekkelijke slogan: "Wil je de rust opzoeken, dan kom je in Twente aan je trekken." Na een drukke periode klinkt dit als muziek in de oren. De Nederlandse provincie Overijssel wordt in drie gebieden verdeeld: het meest oostelijk en aan Duitsland grenzend gedeelte waar Almelo, Hengelo en Enschede de dichtstbevolkte steden zijn, draagt de naam Twente. Een camping in Ootmarsum zou de eerste bestemming zijn; het vervolg van de reis zou onderweg wel vorm krijgen.

Onder een stralend voorjaarszonnetje wordt de omgeving met de fiets verkend. Over een lichtgolvend landschap bereiken we na 2 km de gezellige en pittoreske dorpskom.

Op het kerkplein een bronzen beeld van een uienverkoop-ster. Ootmarsum is immers ooit het centrum geweest van de uienteelt. Een infopaneel leert ons dat er aan de rand van het dorp een openlucht-museum is, "Los Hoes". Dit mini-Bokrijk geeft een beeld van de geschiedenis van de landbouw in Twente.

In de namiddag wordt een tweede fietstocht ondernomen. Bij gebrek aan een degelijke fietskaart - het VVV-kantoor is immers gesloten op zondag - wordt dan maar op het oriëntatiegevoel gereden. Al gauw blijkt dat in deze streek het begrip "de lage landen" met een korrel zout moet worden genomen: meerdere steile hellingen dwingen ons als nog niet getrainde fietsers, even af te stappen waardoor we van de mooie vergezichten kunnen genieten. Tot ziens Twente, we konden hier inderdaad onze batterijen al even bijladen.

Van hieruit rijden we de Duitse grens over, richting Munster. Volgens mijn informatie een vlak gebied, doorkruist door honderden kilometer fietspaden, Pättkes genoemd. Omdat burchten en kastelen op ons steeds een aantrekkingskracht uitoefenen, valt de aandacht op het met superlatieven omschreven Schloss Nordkirchen, ten ZW van Münster. Het kasteel gaat door als het mooiste en grootste barokslot van Westfalen en wordt wel eens het Westfälisches Versailles genoemd, vanwege de gelijkenis met het beroemde Franse zonnekasteel.

Vermits het bezoek enkel kan onder leiding van een Duitssprekende gids hebben we bedankt, en houden we het bij een wandeling in het prachtig symmetrisch aangelegde slotpark. We laten de drukke Munsterstreek achter ons, en rijden westwaarts via Ludinghausen naar Wesel, waar we even buiten het centrum de camping "Grav Insel" opzoeken. Een camping op een eilandje, midden in de Rijn. Enige voorwaarde om er een "plekje" te krijgen is over een lange stroomkabel te beschikken.

Nadat er wordt afgerekend blijkt dat we het - wegens plaatsgebrek - moeten stellen met een vrije ruimte op één van de "wegen" binnen de camping, die eerder een groot bedrijf is met haar 2000 vaste plaatsen. De afstand naar het enige centraal gelegen sanitair gebouw bedraagt 500m. De fiets op, voor je het voelt aankomen, is de boodschap!

Daags nadien wordt de stad Wesel bezocht, met een mooie, gezellige en aantrekkelijke "Innenstad". Opvallend is de brede, drukke en verkeersvrije winkel-straat, waar centraal over de ganse lengte speeltoestellen zijn opgesteld, als zoethouder voor de kroost van winkelende ouders. Commercieel gezien, een goede zet.

Daags nadien vervolgen we de tocht via de snelweg richting Aachen, om zo opnieuw Nederland in te duiken, deze keer in Zuid-Limburg.

Wie in die streek komt, moet beslist het drielandenpunt in Vaals hebben bezocht. Enerzijds het hoogste punt van Nederland (> 300 m !) en anderzijds niet meer dan een geografische stunt, waarbij je draaiend rond een grenspaal, in een mum van tijd van het ene land in het andere springt, of waarbij je met twee andere familieleden op dezelfde foto kan, terwijl je alledrie in een ander land staat. 'n Kwestie van virtueel gevoel. Om het geheel toeristisch aantrekkelijk te maken is er een uitkijktoren, alsook het Drielanden-labyrint, waarin je eindeloos kan dwalen en verdwalen.

Van hieruit gaat het richting Valkenburg, gekend om zijn mergelgrotten. Op 5 km van het centrum vinden we andermaal een geschikte camping: voor ons primeren immers rust en veiligheid. Het comfort dat je erbij krijgt om een douche te nemen is meegenomen.
Onder Valkenburg bevindt zich een fascinerende wereld. Tweeduizend jaar geleden werd door de Romeinen begonnen met de ontginning van mergel of zachte kalksteen, gebruikt als bouwmateriaal, te vergelijken met de hedendaagse "Yton-stenen". Honderden kilometer onderaardse gangen zijn het gevolg hiervan. In de gemeentegrot leidt een treintje je door het gangenstelsel, waarbij op de muren juweeltjes van kunstwerken in houtskool te bewonderen zijn. Deze grot is tevens kant en klaar ingericht als atoomschuilkelder voor de opvang van 15000 mensen. In de fluwelen grot gebeurt de rondleiding te voet, met een gaslamp, waardoor de ondergrondse akelige sfeer benadrukt wordt. Andere grotten in de streek zijn dan weer bestemd als champignonkwekerij of als montainbikeparcours! In december heeft hierin ook een 4-weken durende kerstmarkt plaats.

Voor de laatste etappe besluiten we naar Luxemburg te rijden. Via de Voerstreek en de Hoge Venen bereiken we na een tweetal uur Clervaux, waar we een plaatsje uitkiezen op de "Camping Officiel". Een wit, feeëriek kasteel op een diepblauwe hemel als achtergrond, vormt een prachtig decor voor onze laatste rustplaats (van onze reis uiteraard).

Rust, die algauw verstoord wordt door enerzijds goederentreinen, waar maar geen eind blijkt aan te komen, en anderzijds door een omsingeling van 3 spelende campingbuurjongens die ons met speelgoedgeweertjes voortdurend onder vuur nemen. Als klap op de vuurpijl worden we 's ochtends om 6 uur getrakteerd op luidende kerkklokken, die hun werk om het half uur herhalen. Wie zei al weer "rust primeert als we op reis zijn?" Nu, op reis relativeer je toch iets meer en zie je alles positiever. De tijdsperiode in acht nemend, konden het immers ook de paasklokken geweest zijn, die terugkeerden.

Het kasteel dat uitnodigt voor een bezoek, is echter niet toegankelijk. Eén ruimte herbergt en fototentoonstelling, maar daar blijft het ook bij. Als laatste fysieke inspanning staat 's namiddags fikse wandeling op het programma. Drie uur later komen we bekaf, met 7 km in de benen terug op de camping.

De rest van de avond blijven de activiteiten dan ook op een laag pitje. De eerste voorjaarsuitstap zit er weer op. We hebben er van genoten. En nu maar uitkijken naar de volgende.

Georges Demey

Wil je ook wat bijdragen? Tips, leuke plaatjes?
E-mail via: aloys@campersite.nl


Camper reisverslagen wenst u een goede reis!

 

CAMPERTRIPS is bedoeld als bron van
informatie. Ook uw verhalen zijn welkom!
© 2004. Aloys de Vries