Home!




Campersite

Campertrips


4WD camperreis door IJsland

Door Mollie Merkx en Leo Derksen


Inleiding
In de zomer van 1999 hebben wij een trektocht van 4 weken (30 juni t/m 28 juli) door IJsland gemaakt.
We hadden een Mitsubishi L200 (4wd) met een opzetcamper. Onze vrienden, met wie wij altijd dit soort reizen samen maken, reden en sliepen in een Toyota Customwagon, ook een "four wheel drive".

Van tevoren stippel ik in grote lijnen de reis uit waarbij ik rekening houd met vogelgebieden, natuurgebieden en bezienswaardigheden.
We hebben in totaal 5900 km gereden in vier weken en maakten een tocht met de klok mee over het eiland. Slapen deden we in het vrije veld, overal prachtige plaatsen en heerlijk rustig, alleen bij Askja hebben we op een camping overnacht (je mag daar officieel niet wild staan, maar of dat gecontroleerd wordt?)

Het grootste deel van de reis is ook met gewone campers te maken. Dit geldt niet voor de binnenlandroutes met de vele doorwadingen. Deze wegen mogen zelfs alleen met 4wd bereden worden. Het is wel zo dat sommige onverharde wegen een beetje slippery worden als het erg regent en dan is een 4wd wel prettig.

We maakten gebruik van de volgende gidsen en kaarten:

  • IJsland uit de Dominicusreeks
  • Where to watch birds in Scandinavia [incl. Iceland] van Hamlyn birdwatching guides
  • IJsland SNP natuurreisgids
  • Island grosse Reisekarte 1:600.000 Ravenstein
  • Iceland word travel map 1:750.000 Bartholomew
  • Island 1:250.000 Landmaelingar Islands [7 kaartbladen]
Algemeen
Bij binnenkomst met de auto betaal je voor dieselmotoren een toeslag afhankelijk van het gewicht.
IJsland is een duur land, de prijzen liggen ong. 3x zo hoog als in Nederland. Daarom hebben we behoorlijk wat etensvoorraad in de camper meegenomen. Je kunt overal met visa betalen, zelfs de kleinste bedragen.

De auto’s hebben we met Eimskip vanuit Rotterdam laten verschepen en zelf zijn we met Iceland Air gevlogen. Dit betekende wel dat de auto’s vijf dagen voordat we zelf zouden vliegen naar Rotterdam gebracht moesten worden en je dus die dagen je auto ‘kwijt’ bent. Dit geldt ook weer voor de terugreis; de auto’s komen vijf dagen later weer in Rotterdam aan.

De vliegreis en de eerste overnachting [en laatste ook] op IJsland hebben we geboekt via Iceland Tours & Travels. Deze overnachtingen moet je wel doen omdat als het vliegtuig aankomt resp. vertrekt de douane waar je de auto op moet halen reeds gesloten is.

Overzicht van de gereden route

Westen
De eerste dag dus in Reykjavik. Hier kun je meteen wat rondneuzen, bv. de mooie Hallgrimskirkja bekijken, waar ons guesthouse Svala heel dichtbij lag. Ook zijn er in heel Reykjavik veel mooie beelden te zien.

De volgende morgen de auto opgehaald bij de douane. Het begon meteen al goed: de auto startte niet. Accu leeg. Op de boot hadden de medewerkers de lampen laten branden! Er stond een flinke acculader [het gebeurt blijkbaar vaker] dus het probleem was snel verholpen.

Vanuit Reykjavik vetrokken we naar het Thingvellir nationaal park.
Hier kun je prachtig het breukvlak tussen het noord-Europese en Amerikaanse continent zien.
Hier werd ook recht gesproken en kwam het Althing [de IJslandse volksvertegenwoordiging] bijeen. Het weer was zoals de hele eerste week prachtig: zon en 20 graden.

Daarna de Kaldidalur piste opgegaan. Een makkelijk te berijden piste ook zonder 4wd te doen. Daar onze eerste overnachting. Prachtig uitzicht op de gletsjer Langjökull.

De volgende dag naar de vulkaanwatervallen Hraunfoss en Barnafoss bij Husafell. Vervolgens richting Snaefellsness.
Onderweg in poeltjes en meertjes grauwe franjepoten en ijsduikers. Snaefelllsness is een schiereiland met oude vulkaan en prachtige kraters en lavavelden.
Naar Anarstapi voor de vogelkolonies. O.a. ijsduikers, kuifduikers, regenwulpen, zwarte koeten en zeekoeten, papegaaiduikers, drieteenmeeuwen.

In Olavsvik wilden we een walvistocht maken, maar alles was helaas volgeboekt vanwege het mooie weer en dan ook nog weekend. Overnachting aan de zee, waar we de volgende morgen wakker werden met het geluid van baltsende watersnippen en tureluurs en later op een strandje harlekijneenden.

Noordwesten
Op weg naar het noordwestelijk schiereiland Vestfirdir. Dit is een minder druk bezocht gebied, maar wel erg mooi met vele fjorden, vogelgebieden [waaronder Latrabjarg op het meest westelijke puntje van IJsland] en naar onze mening één van de mooiste watervallen: de Dynjandi.

Voor vogelliefhebbers is Latrabjarg een must. Je kunt er van heel dichtbij papegaaiduikers, noordse stormvogels, zeekoeten, dikbekzeekoeten, drieteenmeeuwen en alken zien vanaf de steile kliffen.

Overnachting op een strandje in de buurt waar paarse strandlopers tussen het wier scharrelden. Aan de noordoostkant in Krosness zwemmen we in een door een warme bron gevoed zwembadje op een keienstrand aan zee met de plaatselijke bevolking. Het warme water is zalig want het weer is inmiddels omgeslagen en behoorlijk fris.

Noorden
Vervolgens langs de kust naar Hindisvik gereden waar een kolonie gewone en grijze zeehonden huist. Wij telden zo'n 100 ex. Ze zijn erg nieuwsgierig en komen in groepjes naar ons toe gezwommen, waarbij ze steeds hun kop boven water steken om te kijken. Het ziet er heel koddig uit.

Het weer werd nu echt slecht, regen en storm. Om te overnachten een beetje beschut plekje gezocht, wat niet meevalt in zo'n kaal gebied. Het beste dat je kunt vinden is dan een door wegwerkers uitgegraven plekje langs de weg. We slapen vroeg want buiten word je gezandstraald.

De volgende dag vis gekocht. 'Saltfiskar', salt, zout, dus zal wel zeevis zijn dachten we. Inderdaad zeevis, maar zout! Niet te eten, alles weggegooid.
Langs de kust steeds weer zeehonden op stukken rots.

De turfboerderij Glaumbaer bezocht. Je kunt hier goed zien hoe men leefde in de half onder de grond gelegen turfhuisjes.
Via Akureyri naar Myvatn. Onderweg bezoeken we de waterval Godafoss.
Bij Myvatn prachtige lavavelden. Solfatorenvelden, stoom- pruttelmodderputten waar je tussendoor kunt lopen. Niet te dichtbij de rand, lezen we op de waarschuwingsborden; er valt wel eens iemand in en die kan het niet meer navertellen.
Helaas ook hier een stormachtige wind met regen en daarom kunnen we dit gebied niet genoeg verkennen [volgende keer beter]. In de vele watertjes, met name de rivier Laxa, veel harlekijneenden en ijslandse brilduikers.

We rijden richting oost door prachtig desolate maanlandschappen. Via Vopnafjördur naar het noordoosten. Onderweg weer zo'n heerlijk warm zwembad met natuurlijk bronwater zonder chloor. Nog steeds een stormachtige wind maar wel 20 graden.
Langs de noordoostkust op het noordelijkste puntje lopen we naar een jan van gentenkolonie en verder de bekende zeevogels.

We bezoeken Asbyrgi, een kloof met steile rotswanden waarin zowaar een bos(je). Nog indrukwekkender is het iets verderop in het Jökulsargljufur nationale park gelegen Hljodaklettar. Allerlei basaltzuilen en formaties. Hier vind ik ook een speciaal op IJsland voorkomende soort van de welriekende nachtorchis.

In Husavik (meer naar het westen) willen we weer een walvistocht maken, maar hier wordt niet uitgevaren vanwege het slechte weer. Onze vrienden blijven in Husavik als wij naar Akureyri gaan om onze dochter, die de laatste twee weken met ons meegaat, op te halen van het vliegveld. We bezoeken tijdens het wachten het natuurhistorisch museum.

Nogmaals naar Myvatn met nog steeds slecht weer. Wel lopen we nog de Krafla op om obsidiaan (lavaglas) te zoeken. Niet gevonden daar, maar we genieten van het prachtige uitzicht op de vulkanisch actieve omgeving en het Myvatn. We zwemmen onderweg weer in zwembadjes met warm bronwater. Ons haar ruikt hierna behoorlijk naar zwavel.

Dan naar de Dettifoss waterval gelopen. Heel indrukwekkend hoe deze in de diepe canyon Jökulsa stort. En alles zonder ontsierende hekken en lelijke toeristenkraampjes...

Midden en zuiden
Hierna begint voor ons het echt spannende gedeelte: we gaan de piste naar Askja in het zuiden op! Een paar honderd kilometer woestenij. De meest fantastische lavavelden waar je dwars doorheen rijdt met soms niet meer dan een smal gebaand paadje.

En dan onze eerste doorwading! Afhankelijk van het weer van de afgelopen tijd staat er meer of minder water in de rivierbeddingen.
We passeren watervallen en rijden door het grootste lavaveld van IJsland Odharaun (4500 km2). Door steen- en gruisvlaktes, over zandgestoven pistes en tussen rotsblokken door.

Zo'n 50 km voor Askja overnachten we op een camping die erg duur is. Het is de eerste en laatste keer. Askja zelf konden we niet op, er lag nog teveel sneeuw. Hier zoeken en hakken we stenen voor onze verzameling en vieren we de verjaardag van een van ons.
Als we de zuidoostkust bereiken knapt het weer op. We rijden via Höfn naar het ijsmeer Jökulsarlon aan de voet van de gletsjer Vatnajökull.

Een fantastisch gezicht al dat blauwwitte ijs drijvend in het meer en met mooi weer! Hier zien we ook veel grote jagers, die hier in de buurt op de sandurvlaktes nestelen, zelfs vechtend vlak voor ons.

Via het Eldgjadal met leuke doorwadingen naar de Landmannalaugar waar je weer in warme poelen kunt zwemmen.
Ook hier beestachtig slecht weer. Maar wel vinden we veel prachtige stukken obsidiaan.

Dan de Sprengisandur, 187 km. piste, totaal verlaten, kaal en erg hobbelig en stenig. 's Nachts 6 graden en storm. Hier voelen we ons echt op een andere planeet.

Richting Skagafjördur en de Kjölur piste naar het zuiden. Hier geen doorwadingen, maar bruggen en zelfs een paar fietsers!
Halverwege weer een veld met hete bronnen en stomende en borrelende putten: Hveravellir. Iets verder ligt de waterval Gullfoss en nog iets verder de beroemde geisers. Om de 5 a 10 minuten spuit de Strokkur 10 tot 20 meter hoog.

Zuidwesten en zuiden
In de dagen daarna rijden we naar Keflavik om nogmaals een walvistocht te proberen. We kunnen mee maar het weer is erg slecht, hoge golven en iedereen nat en velen zeeziek. Omdat we geen walvis te zien kregen mogen we nogmaals gratis mee. Dat doen we enkele dagen later, maar ook dan geen walvis; wel de zgn. white-sided dolfijnen.

Eerst gaan we nog naar Thorsmörk bij de Myrdalsjökull. Een prachtig gebied met veel kloven, tufformaties en moerassige landjes. Dit is weer echt 4wd werk, we tellen op een afstand van 11 km. 29 doorwadingen!

Bij een paar Belgen gaat dit voor onze ogen fout. Ze zitten met hun terreinwagen vast in een rivier en moeten door kameraden eruit gesleept worden. De hele auto vol water: bagage, beddegoed, alles nat! Dat wil je toch niet meemaken en zeker niet met dit natte weer.

We zien weer poolvossen en ijsduikers op ons overnachtingsplekje aan een gletsjermeer. In de laatste dagen bezoeken we nog de waterval Skogafoss en Dyrholaey, een 100 meter hoge kaap in zee met mooie rotspartijen en een strand met lavagruis.

We rijden nog een rondje Reykjanes ten zuidwesten van Reykjavik.
In Reykjavik bezoeken we de Perlan vanwaar je een prachtig uitzicht over de stad hebt. Dit is een glazen koepel bovenop watertanks met heet opgepompt water. En hier komt ook een eind aan onze reis.

IJsland is een geweldig mooi land met landschappen zoals je die nergens anders in Europa vindt. We gaan zeker nog eens terug en hopen dan 2 maanden te gaan!


Mollie Merkx en Leo Derksen
Email: leomollie@gmail.com of mollieleo@gmail.com


CAMPERTRIPS is bedoeld als bron van
informatie. Ook uw verhalen zijn welkom!
© 1997 - 2005. Aloys de Vries